Eretitels

Eretitels

“Zie het Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld” (naar Joh 1, 29.36) is voor mij één van de meest mysterieuze verzen van heel de Bijbel. Johannes de Doper verwijst met die titel naar zijn neef, Jezus. De term “Lam  Gods” heeft diepe theologische betekenissen die geworteld zijn in zowel het Oude Testament als de Joodse traditie. In de Joodse traditie was het offeren van lammeren een belangrijk onderdeel van de religieuze praktijken, vooral bij het jaarlijkse Pascha, waarbij lammeren werden geofferd ter vergeving van zonden. Het Lam werd beschouwd als een zuiver en onschuldig offer voor verzoening en vergeving van zonden. Johannes de Doper, als profeet, had waarschijnlijk in zijn prediking het idee van het offerlam als symbool van verlossing en vergeving van zonden benadrukt. Toen hij Jezus zag, herkende hij in Hem de vervulling van deze symboliek. Door Jezus het “Lam Gods” te noemen, wees Johannes op de rol van Jezus als het ultieme offer voor de zonden van de mensheid. Deze titel benadrukt Jezus’ rol als degene die de zonden van de wereld wegneemt door zijn offer: Jezus wordt gezien als het perfecte, onschuldige offer dat werd gegeven voor de verlossing van de mensheid. Het gebruik van het beeld van het “Lam van God” in het Evangelie van Johannes onderstreept dus de verbinding tussen de tradities uit het Oude Testament en de komst van Jezus als de verlosser en offer voor de zonden van de wereld in het Nieuwe Testament.

De evangelist Johannes lanceert in hetzelfde eerste hoofdstuk nog een belangrijk begrip uit de Joodse traditie: de Messias. Bij de evangelist Johannes is het Andreas die het begrip Messias aanbrengt bij zijn broer Simon (in het Mattheüs-evangelie is het Simon die Jezus de Messias/Christus noemt en die dan van Jezus de eretitel van Rots/Petrus krijgt). Bij de evangelist Johannes heet Simon al meteen “Simon Petrus.” Het woord “Petrus” is afgeleid van het Griekse “petros,” wat “rots” betekent, en het werd door Jezus aan Simon gegeven als een soort naamswijziging. Hier wordt de betekenis van “Petrus” als “rots” geïnterpreteerd en wordt het gezien als een verwijzing naar de stevigheid van de fundamenten van het geloof van Petrus. Aan de andere kant, in het Evangelie van Johannes, wordt Simon (Petrus) vaak aangeduid als “Kefas,” wat een Aramese benaming is en eveneens “rots” betekent. “Kefas” is de Aramese equivalent van het Griekse “Petrus.” In het Evangelie van Johannes wordt Kefas gebruikt om naar Simon te verwijzen, mogelijk om de Aramese achtergrond te benadrukken of om zijn identiteit als “rots” te beklemtonen, zoals Jezus had voorspeld. Het is eigenlijk vreemd dat de evangelist Johannes tweemaal dezelfde bijnaam aan Simon laat geven: “Simon Petrus” (v. 40) wordt “Kefas” (v. 42) genoemd door Jezus.

Het begrip Messias komt dus ook uit het Oude Testament. Het woord ‘Messias’ betekent ‘Gezalfde’ in het Hebreeuws (‘Christus’ in het Grieks). Het wordt gebruikt om koningen, priesters en profeten aan te duiden. De Messias is de persoon in wie alle plannen en beloften van God samenkomen. Er zijn verschillende Bijbelteksten die verwijzen naar de Messias, zoals Daniël 9, 25-26 en Zacharias 9, 9. Deze teksten geven ons een idee van de geleidelijke openbaring van de Messiaanse leer in de Bijbel. Tot op heden ontkennen de meeste Joden dat Jezus van Nazareth de Messias is, maar voor alle christenen is het juist de essentie van hun geloof… Vreemd genoeg typeert de Koran Jezus eveneens als de Messias. Het voornaamste is dat U, de lezer, Jezus ervaart als het Lam Gods en als de Messias/Verlosser/Redder/Heiland.

(B.N.)