Menselijke verantwoordelijkheid

Menselijke verantwoordelijkheid

In de eerste lezing en in de evangelielezing vinden we belangrijke lessen over menselijke verantwoordelijkheid, goed en kwaad, en de rol van God. Adam en Eva hebben van de verboden vrucht gegeten, ze voelen zich nu naakt en schuldig. God roept hen en stelt hen verantwoordelijk voor hun daden. Ze geven elkaar de schuld, maar God wijst hen erop dat ze een keuze hadden om niet naar de slang te luisteren. Dit benadrukt de menselijke verantwoordelijkheid en de gevolgen van onze keuzes. Het kwaad is niet buiten God om; God heeft ook de slang gemaakt. Maar Adam en Eva zijn zelf verantwoordelijk voor hun daden.

Het verhaal van Adam en Eva herinnert ons eraan dat we als mensen verantwoordelijkheid dragen voor onze acties. We zijn geen willoze slachtoffers van omstandigheden, maar hebben de keuze om het goede te doen.

In de evangelielezing verricht Jezus  genezingen en Hij drijft demonen uit. De schriftgeleerden beschuldigen Hem ervan dat Hij dit doet door de macht van Beëlzebul (de overste der boze geesten). Jezus reageert met een krachtige uitspraak: “Hoe kan de ene satan de andere uitdrijven?”. Hij benadrukt dat verdeeldheid niet standhoudt en dat het koninkrijk van God niet tegen zichzelf verdeeld kan zijn. Jezus spreekt ook over de onvergeeflijke zonde tegen de Heilige Geest. Dit is een ernstige waarschuwing dat wie lastert tegen de Heilige Geest geen vergeving zal ontvangen. Dit benadrukt het belang van onze houding ten opzichte van God en de kracht van Zijn Geest. Het is zo belangrijk om ons hart open te stellen voor Gods werk in ons leven.

Wat zou dat lasteren tegen de Heilige Geest betekenen? De context van deze passage is dat de Farizeeën Jezus beschuldigden van het verrichten van wonderen door de macht van Beëlzebul (een demon). Ze beweerden dat Hij bezeten was door een demon in plaats van vervuld te zijn van de Heilige Geest. Jezus benadrukt dat deze specifieke lastering tegen de Heilige Geest onvergeeflijk is. Het is niet zomaar een belediging, maar een bewuste ontkenning van Gods werk en een toewijzing van Zijn kracht aan het kwaad. Deze lastering houdt in dat iemand bewust en met volledige kennis van zaken de Heilige Geest ontkent en Zijn werk toeschrijft aan het kwaad. Het is een blijvende afwijzing van Gods genade.

De evangelielezing eindigt met een dwingende waarschuwing dat het volbrengen van Gods wil alles overstijgt, zelfs het 5de gebod (eerbied voor ouders en familie). Jezus breekt hier met het Jodendom (waar je Jood bent, als je moeder Joods is): je bent een volgeling van Jezus, als je Gods wil wil volbrengen. Paulus zou dit later bekrachtigen in Gal 3, 28: “Er is geen Jood of heiden meer, er is geen slaaf of vrije, er is geen man en vrouw: allen tezamen zijt gij een persoon in Christus Jezus”.

(B.N.)