Eschatos

Eschatos

We nemen afscheid van het Marcus-evangelie met een stukje uit het hoofdstuk 13 dat men wel eens de “synoptische apocalyps” noemt: de verwoesting van de Tempel (in het jaar 70 n. Chr.), de tekenen vóór het einde, de grote verdrukking, de wederkomst van de Mensenzoon, de vergelijking van de vijgenboom, de finale oproep tot waakzaamheid. Het zijn geen leuke, noch gemakkelijke verzen. Idem voor de eerste lezing die ook over de “eindtijd”, “een tijd van nood” (bewoordingen van de profeet Daniël, hoofdstuk 12). Uit vele voorspellingen van het Oude Testament blijkt dat de Dag des Heren een sombere dag zal zijn, met allerlei angstaanjagende kosmische verschijnselen, maar voor gelovigen, meer bepaald voor christenen, is er steeds een hoopvol teken. De Schepping wordt teniet gedaan, maar de gegadigden worden steeds tijdig verzameld en gered (Js 43, 6; Ez 34, 13 & Ez 36, 24). Het is goed dat christenen “de tekenen der tijden” (Mt 16, 3) nauwkeurig in de gaten houden, maar het is zinloos om een bepaald tijdstip te kleven op de “eindtijd”. Alleen God de Vader kent immers “die dag”. Vanaf 66-70 begon men de eindtijd te voorspellen met voor de Joden de komst van de Messias en voor de christenen de Wederkomst van Jezus Christus. Enkele bekende voorspellingen, soms zelfs door pausen: 365, 500, 1000, 1284, 1346-1351 (de pest als begrijpelijk teken), 1504 (de schilder Sandro Botticelli), 1600 (M. Luther), 1656 of 1658 (Colombus), 1874 & 1914 (C. T. Russell), 1918, 1920, 1925, 1975 (Herbert W. Armstrong + Getuigen van Jehova), 1991 (rabbijn + vooraanstaande moslim), 1999 (Nostradamus), 2000, 2012 (Maja kalender), 2239 (uiterste datum voor de komst van de Joodse Messias, 6000 jaar na de Schepping),…

Het is vreemd dat enkel en alleen de eerste 4 geroepen apostelen de eschatologische redevoering mogen aanhoren: “Petrus, Jakobus, Johannes en Andreas, terwijl er verder niemand bij was” (Mc 13, 3). Het vers 30 spreekt tot de verbeelding: “dit geslacht zal niet voorbijgaan, totdat dit alles gebeurd is”. In het Grieks staat er “genea”, ‘geslacht’, bekend van genealogie. De Bijbel Dichtbij (2017) vertaalt vers 30 als volgt (en het is meteen een interpretatie): “Sommige mensen die nu leven, zullen dat nog meemaken.”

Wat is “dat” of “dit alles”? Bedoelde Jezus Zijn kruisiging (in het jaar 30 of 33)? Dat is best mogelijk volgens J. Bots SI (1990, pag. 451): “In zijn lijden en dood vallen de machten van de duisternis over Jezus heen.”

Sommige tijdgenoten van Jezus maakten de verwoesting van de Tempel van Jeruzalem (70 n. Chr.) en de vervolgingen nog mee (de eerste grote christenvervolging onder Nero van 54 tot 68). Deze gebeurtenissen moeten een onvoorstelbare impact hebben gehad op de redactie van het Nieuwe Testament.

Of bedoelde Jezus dit geslacht of deze generatie van Joden die Hem massaal verwerpen als een “bedrieger” (Mt 27, 63)? Tot op heden gelooft amper 2 % van de Joden in Jezus als Messias. Zo belanden we met vers 30 in de toekomst: de Joden zullen niet zo vlug in Jezus gaan geloven.

Er is nog een laatste interpretatie van vers 30 die we met huivering aanbrengen: Jezus heeft zich vergist. De Studiebijbel van de NBV stelt het zo: “Nagenoeg alle nieuwtestamentische geschriften zijn doortrokken van de gedachte dat binnen enige tijd het koninkrijk van God zal aanbreken en dat het goddelijke oordeel over de wereld nabij is.” (pag. 2094, sub Eschatologie).

Vers 32 bevestigt dat de Zoon het niet weet. De Zoon van God op aarde wist het niet? Jezus als Persoon van de Heilige Drievuldigheid wist het wel? De Bijbel is een Boek dat blijft boeien als een stuk klassieke muziek: men moet het steeds opnieuw gaan interpreteren…

Bernard