We zien Hem nooit, maar Hij is er altijd…
In noodsituaties zien we vaak door de bomen het bos niet meer. Zo vlucht Elia angstig voor Izebel. Hij voelt zich alleen en mislukt. Op de Horeb verwacht hij God misschien in spectaculaire tekenen. Er komen een storm, een aardbeving en vuur, maar God blijkt uiteindelijk aanwezig in een zachte bries. Paulus verkeert ook in diepe innerlijke nood. Zijn volksgenoten, de Israëlieten, hebben grotendeels de Messias niet aanvaard. Hij voelt zich “diepbedroefd” daardoor.
De leerlingen bevinden zich midden op het meer tijdens een storm. Ze zijn allemaal bang en denken zelfs dat Jezus een spook is. Alleen Petrus durft uit de boot te stappen, maar begint te zinken zodra hij meer naar de golven kijkt dan naar Jezus. In alle drie de teksten bevinden gelovigen zich in een situatie van crisis, angst of verdriet, en toch komt God onverwacht nabij. Wanneer de nood het hoogst is, is de redding of de Redder nabij. God openbaart zich niet in het overweldigende natuurgeweld, maar in de stilte. Gods nabijheid blijkt uit zijn blijvende verbondenheid met Israël. Ondanks Israëls ongeloof blijven zij het volk dat de verbonden, de wet en de beloften ontvangen heeft. God heeft zijn volk niet losgelaten. Jezus komt niet wanneer de zee rustig is, maar juist midden in de storm over het water naar hen toe. God verschijnt anders dan mensen verwachten. Hij komt niet altijd via macht en spektakel, maar midden in kwetsbaarheid en nood. Er is een opmerkelijke overeenkomst in de manier waarop God zich bekendmaakt. Elia bedekt zijn gezicht wanneer hij Gods aanwezigheid beseft. Hij staat voor de heilige God.
Wanneer Jezus “Ik ben het” zegt, heeft dat een geladen bijklank: het was de naam die God prijsgaf aan Mozes (JHWH); wanneer Petrus om hulp roept, gebruikt hij ongewild de naam van Jezus, want Jezus betekent “God redt”. Hier verschijnt Jezus als de vervulling van Gods handelen met Israël. De drie lezingen leiden uiteindelijk tot een diepere herkenning van wie God werkelijk is. Mattheüs laat zien dat Jezus doet wat in het Oude Testament alleen van God gezegd wordt (daarom staat dat evangelie eerst in het Nieuwe Testament). Waar God zich aan Elia openbaart te midden van de stormachtige natuur, daar wandelt Jezus zelf over de zee en heeft Hij gezag over de wind en de golven. God openbaart zich juist in momenten van menselijke zwakheid en nood, roept op tot vertrouwen, en laat zien dat zijn trouw en aanwezigheid sterker zijn dan angst, twijfel en teleurstelling.
(B.N.)
