Heilig Hart van Jezus
Het Heilig Hart van Jezus is een bron van liefde en rust. De devotie tot het Heilig Hart van Jezus richt zich op het hart van Christus als symbool van zijn oneindige liefde voor de mens. Het is geen louter lichamelijk hart, maar een teken van zijn diepste wezen: een hart dat zachtmoedig en nederig is, vol barmhartigheid en trouw. De woorden van Mt 11, 29 vormen de kern van de devotie tot zijn Heilig Hart. Daar waar de mens vaak onrustig is, opgejaagd door zorgen, schuld of verlangen, biedt het hart van Christus een plaats van rust. Zoals Augustinus het uitdrukt: ons hart blijft onrustig totdat het rust vindt in God. Het Heilig Hart herinnert ons eraan dat Gods liefde geen abstract idee is, maar een levende, voelbare werkelijkheid. In Jezus zien we een God die zich laat raken door menselijk lijden, die weent, vergeeft en zich schenkt tot het uiterste. Zijn doorboorde hart aan het kruis openbaart een liefde die zichzelf volledig geeft. Doorheen de geschiedenis werd deze devotie bijzonder zichtbaar in de verschijningen aan de heilige Margareta Maria Alacoque in de 17e eeuw, waarin Jezus zijn hart toonde als brandend van liefde en toch zo vaak afgewezen. Hij nodigde de gelovigen uit om die liefde te beantwoorden door vertrouwen, eerherstel en toewijding. Vandaag blijft het Heilig Hart een uitnodiging om zelf te leven met een zachtmoedig en nederig hart. In een wereld vol hardheid en haast vraagt Christus ons om zijn houding aan te nemen — mildheid, geduld en liefde — en zo dragers te worden van zijn vrede. Want uiteindelijk is het Heilig Hart geen devotie naast het evangelie, maar een samenvatting ervan. Het feest valt op een vrijdag omdat het Heilig Hart onlosmakelijk verbonden is met het offer van Christus aan het kruis, op Goede Vrijdag, waar zijn liefde zichtbaar en tastbaar wordt.
De lezingen van de 11de en 12de zondag door het jaar sluiten goed aan bij de viering van het Heilig Hart. God kiest Israël niet omdat het groot of bijzonder is, maar uit liefde en trouw aan zijn belofte. Het volk wordt geroepen om heilig te leven en Gods geboden te onderhouden. God is trouw en beloont wie Hem liefhebben, maar laat kwaad niet ongestraft. Bij de Sinaï sluit God een verbond met Israël: als zij luisteren naar zijn stem, zullen zij zijn bijzonder eigendom zijn, een koninkrijk van priesters en een heilig volk. Hun roeping is om dicht bij God te leven en Hem zichtbaar te maken voor de wereld. Jeremia ervaart tegenstand en vervolging, zelfs van vrienden. Toch vertrouwt hij op de Heer als een sterke beschermer. Hij eindigt met lof en hoop, omdat God recht doet en de zwakke redt. De kernboodschap van heel het Nieuwe Testament is de volgende: God is liefde. Wie liefheeft, kent God. Gods liefde wordt zichtbaar doordat Hij zijn Zoon gezonden heeft. Wij worden geroepen om elkaar lief te hebben, want zo blijft God in ons. Christus is gestorven voor ons toen wij nog zondaars waren (een teken van Gods grenzeloze liefde). Waar door Adam de zonde en de dood kwamen, brengt Christus genade en leven voor velen. Jezus ziet de mensen en wordt diep met ontferming bewogen: zij zijn als schapen zonder herder. Hij zendt zijn leerlingen uit om te verkondigen, genezen en bevrijden, en om gratis te geven wat zij ontvangen hebben. De leerlingen hoeven niet bang te zijn, want God zorgt voor hen. Zelfs hun haren zijn geteld. Wie Jezus erkent voor de mensen, zal door Hem erkend worden bij de Vader. Vertrouwen en moed staan centraal. Door al deze lezingen heen loopt één rode draad: God kiest uit liefde, blijft trouw, en roept de mens om die liefde te ontvangen, te vertrouwen en door te geven, zelfs in moeilijke tijden en als roeping of zending.
(B.N.)
