De blinde ziener

De blinde ziener

Deze drie lezingen horen samen in de liturgie van de vierde zondag van de Veertigdagentijd (Laetare of Halfvasten), en ze delen één grote thematiek: God kijkt anders dan de mens. In de eerste lezing kiest God David, niet omdat hij uiterlijk de beste kandidaat lijkt, maar omdat God kijkt “naar het hart”. Samuel had de oudere, sterkere broers voor ogen, maar God wijst dat af: ware visie komt van God; de mens ziet vaak verkeerd. Paulus sluit daarbij aan: wie Christus kent, wie door Hem gezien en gekozen is, leeft in het licht. De tweede lezing benadrukt een spirituele overgang: van duisternis naar licht, van blindheid naar helder inzicht. Christus maakt zichtbaar wat goed en waar is.

Het hele verhaal van de genezen blindgeborene draait rond zien: de man die fysiek blind was, krijgt niet alleen zicht, maar ook geloofszicht. De Farizeeën, die menen te zien, blijken geestelijk blind; alleen wie zich door Christus laat verlichten, ziet de waarheid. De mens ziet uiterlijk, maar God verlicht het innerlijk. Wie in Christus gelooft, wordt uit de blindheid gehaald en leert met Gods ogen kijken. Er is nog een extra verbinding: de zalving van David is ook symbolisch (de zalving met olie is een teken van de Geest – Jezus zal de ultieme Gezalfde zijn); de opening van de ogen is het werk van dezelfde Geest; Paulus roept op om in het licht te wandelen dat die Geest geeft. Het genezingsverhaal beslaat een heel hoofdstuk en is vrij lang, zo lang dat de liturgische kalender een ingekorte versie voorziet. De meeste hedendaagse exegeten gaan dit verhaal symbolisch interpreteren, maar het valt mij toch telkens weer op hoezeer de evangelist Johannes benadrukt en herhaalt dat de blinde effectief blindgeboren was. Een meerledige interpretatie lijkt me aangewezen: de ogen van de blinde worden geopend, op fysiek én spiritueel vlak.

(B.N.)

Related Post