Waarom pannenkoeken?
De “kleine profeet” Maleachi (ergens rond 450–400 v.Chr.) kondigt in de eerste lezing aan dat de Heer plotseling zijn tempel zal binnengaan, voorafgegaan door een gezant, en dat zijn komst een zuiverende werking zal hebben: God houdt als het ware een grote schoonmaak (een 30-tal jaar later zal Jezus de Tempel grondig reinigen). Maria en Jozef volgden nauwkeurig de voorschriften en de traditie van de eerstgeborene: veertig dagen na de geboorte van een zoon moest de moeder naar de tempel om een reinigingsoffer te brengen. Lucas vermeldt dat Maria twee tortelduiven of jonge duiven offerde — het offer van mensen die niet rijk waren. Volgens de Wet van Mozes moest elke eerstgeboren zoon aan God worden toegewijd. Dit ging terug op de uittocht uit Egypte: de eerstgeborenen behoorden God toe en moesten worden “vrijgekocht”. Door Jezus naar de tempel te brengen erkennen Maria en Jozef dat Jezus aan God toebehoort. Simeon onderstreept dat die baby van 40 dagen oud de Messias, de lang verwachte redder, de Heiland is. Het evangelie vertelt hoe Jezus als goddelijk kind de tempel binnenkomt, gedragen door Maria en Jozef, en herkend wordt door Simeon en Hanna als het langverwachte licht en de vervulling van Gods belofte. De voorspelling van Maleachi wordt dus gelezen als een voorafschaduwing van wat Lucas beschrijft. Maleachi spreekt over een onverwachte, goddelijke komst in de tempel. Lucas toont die komst – maar op een verrassende manier: niet in macht en majesteit, maar in de kwetsbaarheid van een pasgeboren kind. Simeon en Hanna herkennen wat niemand anders ziet: God komt binnen, maar anders dan verwacht. Uiteindelijk zal slechts een kleine minderheid van de Joden Jezus (h)erkennen als messias en dat is heden ten dage niet anders. Maleachi noemt een “gezant” die de weg voor de Heer zal banen. In christelijke traditie wordt dit vaak verbonden met Johannes de Doper, maar in de context van Maria-Lichtmis krijgt het een bredere betekenis: Simeon en Hanna fungeren als profetische getuigen, zij “bereiden de weg” door het kind te herkennen en te duiden, hun woorden openen de ogen van de gemeenschap. Lucas laat zien hoe Jezus’ komst een zuiverende wending brengt: Simeon spreekt over een “val en opstanding van velen”; hij noemt Jezus een “licht voor de heidenen”. Hij kondigt ook aan dat een “zwaard” Maria’s ziel zal doorboren – een beeld van loutering en pijn die tot nieuw leven leidt.
Maria-Lichtmis is het feest van het licht. Bij Maleachi is het licht impliciet aanwezig in het beeld van het vuur. In Lucas wordt het expliciet: Simeon noemt Jezus “licht voor de openbaring aan de heidenen”. Daarom ontstond de traditie van de kaarsenwijding op 2 februari: het licht dat in Jezus verschijnt, wordt symbolisch doorgegeven aan de gelovigen. De traditie om pannenkoeken te eten op Maria‑Lichtmis is een samensmelting van religieuze symboliek, oude gebruiken en volkscultuur. Pannenkoeken lijken op kleine, ronde, goudgele zonnetjes. Maria‑Lichtmis is het feest van het licht dat terugkeert: de dagen worden langer (sinds Kerstmis ongeveer), de winter loopt op zijn einde, het eerste licht van de lente wordt zichtbaar. Pannenkoeken zijn bovendien een ideaal gerecht om oude meelvoorraden op te gebruiken en de eerste nieuwe eieren te verwerken. De pannenkoekentraditie is betekenisvol: het is een mooi voorbeeld van hoe geloof en dagelijks leven elkaar raken.
(B.N.)