Van duisternis naar licht
Volgens de grote profeet Jesaja belooft God dat het volk dat in duisternis leeft (met name Galilea, land van de heidenen/ongelovigen) een groot licht zal zien: einde van onderdrukking, begin van vreugde, een nieuw tijdperk dat door God wordt ingeluid. De regio Galilea wordt expliciet genoemd als plaats waar het licht zal opgaan. Deze profetie wordt in het Nieuwe Testament toegepast op Jezus. Mattheüs citeert Jesaja expliciet om te laten zien dat Jezus het aangekondigde licht is. Jezus begint zijn optreden precies in Galilea, het gebied dat Jesaja noemde. Hij roept leerlingen en begint te genezen, te onderwijzen en licht te brengen in menselijke gebrokenheid.
In de tweede lezing schrijft Paulus dat leven als mensen van het licht eenheid impliceert. Blijkbaar was deze gemeenschap (Korinte, A.D. 54-55) verdeeld… Paulus roept op tot eenheid: Christus staat centraal, niet menselijke voorkeuren. De kracht ligt niet in menselijke wijsheid, maar in het evangelie zelf. Als Jezus het licht is dat duisternis verdrijft, dan hoort zijn volk in dat licht te wandelen. De roeping van de leerlingen in Mattheüs (‘volg Mij’) staat tegenover de partijvorming in Korinthe (‘ik volg deze of gene’). Zo komen de drie lezingen mooi samen. God belooft licht, Jezus brengt dat licht, de kerk moet dat licht weerspiegelen door eenheid en navolging.
Wijlen paus Franciscus heeft deze zondag uitgeroepen tot “Zondag van het Woord van God”. Als je weet dat er wereldwijd ongeveer 45.000–47.000 christelijke denominaties bestaan (het christendom is daarmee de religie met de grootste interne diversiteit), mogen de 3 lezingen van deze derde zondag met luide stem gelezen worden. Onze evangelist van het A-jaar schrijft dat Jezus zei dat verdeeldheid eigenlijk bijna Satanisch was (zie Mt 12, 25).
(B.N.)