SINT-JORISPAROCHIE Uncategorized Weet u wij Hij is?

Weet u wij Hij is?

Weet u wie Hij is?

Op een dag zag Johannes de Doper iemand naar zich toe komen. Johannes was mensen aan het dopen in de Jordaan. Zou hij Jezus gekend en/of (h)erkend hebben? Ja, Johannes de Doper en Jezus waren familie. In Lucas 1 lezen we dat Maria (de moeder van Jezus) en Elisabet (de moeder van Johannes) verwanten waren. Dat maakt Jezus en Johannes waarschijnlijk neven. Hadden ze elkaar eerder gezien? De Schrift zegt niets expliciet over ontmoetingen in hun jeugd. Volgens Lucas ging Maria “met spoed naar het bergland, naar een stad van Juda” om Elisabet te bezoeken. Maria woonde in Nazaret (Galilea), en Elisabet in het bergland van Juda (waarschijnlijk bij Hebron, ten zuiden van Jeruzalem). De afstand tussen Nazaret en Hebron is ongeveer 130 km hemelsbreed, in vogelvlucht. Te voet, langs de toenmalige wegen, zou dat 4 à 5 dagen reizen zijn. Het toont Maria’s vastberadenheid en geloof: ze ondernam een lange, vermoeiende reis terwijl ze net zwanger was. Het bergland van Juda ligt hoog, dus het was niet alleen ver, maar ook een zware tocht door heuvelachtig terrein. Het enige wat we weten, is dat Johannes opspringt in de schoot van Elisabet wanneer Maria haar bezoekt. Daarna wordt het stil. Waarom lijkt Johannes verrast? In Johannes 1 zegt hij dat hij Hem niet kende (vers 31 en 33). Dat betekent waarschijnlijk niet dat hij Jezus nooit had gezien, maar dat hij Hem niet herkende als de Messias totdat God het openbaarde door het teken van de Geest die neerdaalde. Johannes wist pas bij de doop, door goddelijke openbaring, wie Jezus werkelijk was.

Bijna 2000 jaar later weten wij duidelijk wie Jezus was. De evangelist Marcus valt rond 70 n.Chr. met de deur in huis, in 11 woorden (geen werkwoord): “Het begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God”. Het openingsvers van Marcus is opvallend: hij begint zonder geboorteverhaal of lange inleiding, maar meteen met de 2 grote titels van Jezus (Hij is de Messias én de Zoon van God). Marcus schrijft waarschijnlijk voor christenen in Rome, in een context van vervolging. Hij wil meteen duidelijk maken wie Jezus is: niet zomaar een leraar, maar de Zoon van God. Geen omwegen, maar urgentie. Voor Marcus is het “evangelie” niet een boek, maar de blijde boodschap dat Gods Koninkrijk door Jezus is begonnen. Hij start bij het punt waar het verhaal relevant wordt: Jezus’ openbare optreden. Terwijl Johannes de Doper Jezus pas herkent door een teken, presenteert Marcus vanaf de eerste zin de identiteit van Jezus. Dit is niet een ontdekking, maar een geloofsbelijdenis. Marcus schrijft vanuit het perspectief van de kerk na Pasen: hij weet wie Jezus is en wil dat de lezer dat ook meteen weet.

Weet u wie Jezus is? Wat betekent Hij in uw leven?

(B.N.)

Related Post