De HEER bevrijdt

De HEER bevrijdt

Het verband tussen de eerste lezing en de evangelielezing ligt in de christelijke interpretatie van de messiaanse voorspelling en haar vervulling. Jesaja spreekt tot koning Achaz en geeft een teken van God: de maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en zij zal hem de naam Immanuël geven.

De evangelist Mattheüs beschrijft de geboorte van Jezus uit Maria, die zwanger is door de Heilige Geest vóór haar huwelijk met Jozef. Hij citeert expliciet Jesaja 7:14. Jezus wordt gezien als Immanuël (“God met ons”), wat Mattheüs benadrukt als kern van het evangelie. Mattheüs leest Jesaja niet alleen historisch, maar als een voorafschaduwing van Christus. De Griekse vertaling van Jesaja maakt het mogelijk om de term “maagd” toe te passen op Maria. Het teken in Jesaja (redding voor Juda) krijgt in Mattheüs een ultieme vervulling: God komt zelf nabij in Jezus.

Het feit dat de naam Immanuël veranderd wordt in Jezus is blijkbaar geen probleem voor de evangelist. De nadruk ligt duidelijk op de maagdelijke geboorte: “Bij haar werd Jezus verwekt, die Christus genoemd wordt” (Mt 1, 16). Jozef zit er voor niets tussen, maar in een visioen verneemt hij dat God achter deze wonderbaarlijke zwangerschap zit en dat hij het kind Jezus moet noemen, wat overeenkomt met Jozua en wat “de HEER bevrijdt” betekent. Dit alles samen oversteeg de stoutste messiaanse verwachtingen: de “God met ons”, het Woord van God, “is mens geworden” en “heeft in ons midden gewoond” (naar Joh 1, 14). Bovendien bevrijdt Jezus ons van onze zonden!

(B.N.)

Related Post