De wolf en het lam
De drie lezingen vormen samen een krachtige adventsboodschap: Gods belofte van vrede en gerechtigheid, vervuld in Christus, vraagt om bekering en hoopvolle verwachting. In de eerste lezing heeft de grote profeet Jesaja het over de wortel van Isaï, een Messiaanse koning vol wijsheid en gerechtigheid en het vrederijk, een wereld waarin wolf en lam samen wonen, vol kennis van de Heer. Gods toekomst is een vrederijk waarin gerechtigheid en harmonie heersen. In de tweede lezing schetst Paulus Christus als enige hoop voor Joden en heidenen. De Schriften (zoals Jesaja) geven hoop. Christus is gekomen om Gods beloften te bevestigen en alle volken te verenigen in lof. De Messiaanse belofte is vervuld in Jezus, en strekt zich uit tot alle mensen.
In het evangelie roept Johannes op tot bekering, want het Koninkrijk is nabij. De lang verwachte Joodse Messias is onderweg. De bijl ligt aan de wortel van de bomen; oordeel en vernieuwing komen. Gods toekomst vraagt om een omkeer nu – vrucht dragen in bekering. Jesaja schetst het visioen van vrede en gerechtigheid, Paulus zegt dat die belofte in Christus werkelijkheid is geworden, Mattheüs roept ons op: bereid je voor, leef in bekering, want die toekomst komt dichterbij. Het is een beweging van visioen naar realiteit naar verantwoordelijkheid.
Nochtans zijn de Joden gestruikeld over het feit dat Jezus geen vrede bracht in de zin van een einde van de oorlog: integendeel, de miserie moest nog beginnen met de verwoesting van de Tempel in 70 n.Chr. en de verbanning van alle Joden in 135 n.Chr., inclusief een naamsverandering om de Joden extra te kleineren: “Palestina” (afgeleid van de vijanden van weleer, de Filistijnen). In het Nederlands hebben we nog steeds de uitdrukking “Het is naar de Filistijnen” in de betekenis van “het is helemaal kapot, mislukt, verloren, om zeep geholpen”. Als iets “naar de Filistijnen” ging, betekende dat het in vijandige handen viel en dus verloren was. Meer dan waarschijnlijk bedoelde Jezus met het woord “vrede” niet het einde van de vijandigheden; Hij dacht aan een innerlijke rust, een bepaalde gemoedstoestand die men in het Engels “peace of mind” noemt (zie Joh 14, 27). Paulus dacht daarenboven aan een bevrijding van de 613 Joodse wetten en regels. De grote profeet Jesaja zal het wellicht ook allemaal symbolisch opgevat hebben, wanneer hij zegt dat de wolf zich naast een lam zal neerleggen: de rijke mensen zullen de arme mensen niet langer uitbuiten. Ook daar is nog werk aan de winkel…
(B.N.)