Allerheiligen & Allerzielen
Het zijn twee katholieke feesten die vlak na elkaar vallen (1 & 2 november), maar ze hebben een verschillende betekenis en focus: Allerheiligen is een feestdag waarop alle heiligen worden herdacht, zowel bekende als onbekende (het gaat om mensen die volgens de Kerk een heilig leven hebben geleid en nu bij God zijn; liturgische kleur = wit); Allerzielen is de dag waarop men bidt voor de zielen van de dierbare overledenen, vooral voor hen die nog niet volledig zijn opgenomen in de hemel volgens de katholieke leer en die in het vagevuur vertoeven (liturgische kleur = paars of zwart). Traditioneel brengt men een bezoek aan begraafplaatsen, kaarsen worden aangestoken, er zijn speciale missen voor overledenen,…
Al de lezingen van Allerheiligen en Allerzielen vormen samen een mozaïek van hoop, heiligheid, troost en eeuwig leven. Het Boek Openbaring is een troostboek en schetst een visioen van de menigte in witte gewaden, die uit de grote verdrukking komen; deze mensen zijn de heiligen, gewassen in het bloed van het Lam. Wij zijn geroepen tot heiligheid en zullen God gelijk worden: “wij worden kinderen van God genoemd” (1 Joh 3, 1). Jezus spreekt de zaligsprekingen uit. Kenmerken van de heiligen zijn nederigheid, barmhartigheid, zuiverheid, vrede. Jesaja beschrijft een feestmaal op de berg van de Heer, waar de dood wordt vernietigd. God wist de tranen af, de dood is niet het einde: die boodschap geven we mee tijdens iedere kerkelijke uitvaart. Paulus zegt dat “niets ons kan scheiden van de liefde van God”. Zelfs de dood heeft geen macht over Gods kinderen. Het is één en al bemoediging voor hen die rouwen, en bevestiging van de eeuwige verbondenheid met God. Jezus, bij het graf van Lazarus, verklaart dat Hij “de opstanding en het leven” is. Wie in Jezus gelooft zal leven, ook al is hij gestorven. Jezus is de enige bron van en hoop op eeuwig leven.
(B.N.)