Het ondergesneeuwde onderwerp
De zogenaamde “kleine profeet” Amos, een veeboer en vijgenkweker uit de 8e eeuw v.Chr., richt zich tegen de zelfgenoegzaamheid van de rijken in Israël. Hij bekritiseert hun luxe leven en onverschilligheid tegenover de ondergang van het volk. Hij kondigt Gods oordeel aan: ze zullen als eersten in ballingschap gaan. Amos kaart de sociale onrechtvaardigheid aan: uitbuiting van armen, manipulatie van handel. God zweert dat Hij deze daden niet zal vergeten, aldus Amos in de eerste lezingen. De tweede lezingen roepen alle mensen, inclusief de leiders, op tot gebed. De schrijver beklemtoont vrede, godsvrucht en het belang van een zuiver hart. Paulus spoort Timotheüs aan tot een leven van gerechtigheid, geloof en liefde. Hij waarschuwt tegen hebzucht en roept op tot trouw aan Christus.
In de evangelielezing vertelt Jezus de parabel van de onrechtvaardige rentmeester die slim handelt om zijn toekomst veilig te stellen. De conclusie: je kunt niet God dienen én de Mammon (geldduivel). De parabel over de rijke man en Lazarus is veel bekender: een niet bij naam genoemde rijke man negeert de arme Lazarus in zijn leven. Na de dood is Lazarus in comfort, de rijke in pijn. Kortom, een omkering van lot, maar pas gerechtigheid na de dood. God ziet het onrecht en zal rechtvaardig oordelen. In alle teksten is er een duidelijke lijn: wie nu leeft in arrogantie, hebzucht of onrecht, zal geoordeeld worden. Er komt een omkering: de armen worden verhoogd, de rijken vernederd. Jezus werpt hier een (zeldzame) blik op het leven na de dood. Het “dodenrijk” (Sjeool/Hades) en “de schoot van Abraham” werden later, in de christelijke theologie, gelijkgesteld met de hel en een soort voorstadium van het paradijs. Jezus zelf wou misschien niet zo ver gaan, maar Hij geeft een duidelijke les: hoe je leeft heeft gevolgen, en rijkdom zonder barmhartigheid leidt tot oordeel.
Het grote probleem van onze tijd is dat wij bijna nooit (s)preken over het dodenrijk, laat staan de hel en het paradijs. Jammer, want bij Jezus staat gerechtigheid in het hiernamaals of in het Koninkrijk van God helemaal centraal. Jezus zegt, in Mt 26, 11, dat armoede altijd zal blijven bestaan. Jezus erkent een realiteit: armoede is een blijvend maatschappelijk probleem. Dat stond ook al te lezen in Deuteronomium 15, 11. Bijna 2000 jaar later groeit de kloof tussen arme en rijke mensen opnieuw. Kortom, onze enige hoop op gerechtigheid komt pas met het Laatste Oordeel…
(B.N.)