Geloofsvertrouwen
In de eerste lezing spreekt God over het bijeenbrengen van alle volken en talen. Hij zal tekenen geven en mensen zenden naar verre landen om zijn glorie bekend te maken. Sommigen van hen zullen broeders uit alle volken brengen als een offer aan de Heer — een beeld van universele zending en inclusie. Gods heil is voor alle volken (en dus niet alleen voor het Joodse volk). Er is een universele roeping en een eschatologische visie waarin mensen uit alle hoeken van de aarde tot God worden gebracht. De evangelielezing komt terug op dit laatste aspect: uiteindelijk zullen mensen uit alle windstreken aanzitten in het koninkrijk van God, maar Jezus spreekt wel over de smalle deur en het feit dat velen proberen binnen te gaan, maar niet zullen slagen. Hij waarschuwt dat niet afkomst of religieuze status telt, maar daadwerkelijke bekering en gehoorzaamheid. In de context van Jezus’ tijd waren de “eersten” van vers 30 de Joden, en in het bijzonder de religieuze leiders en mensen die zichzelf als rechtvaardig beschouwden: ze waren als eersten geroepen. Maar velen van hen weigeren Jezus te volgen of denken dat hun afkomst hen automatisch toegang geeft tot het koninkrijk. Heidenen, zondaars, mensen aan de rand van de samenleving, of zij die pas laat tot geloof komen, waren “de laatsten”. Jezus waarschuwt dat status, afkomst of religieuze traditie geen garantie zijn voor redding. Wat telt is: bekering, gehoorzaamheid, volharding in het geloof. Zo’n mensen zullen als “eersten” het Koninkrijk van God binnengaan.
Dat thema wordt uitgediept in de tweede lezing: over vaderlijke tuchtiging. God straft niet om te pijnigen, maar om te vormen. Het doel is genezing, rechtvaardigheid en versterking van het geloof. Lijden en beproeving zijn pedagogisch: ze vormen ons tot kinderen van God en bereiden ons voor op zijn koninkrijk. Toegang tot het koninkrijk is niet vanzelfsprekend. Het vraagt om een innerlijke transformatie en actieve navolging van Christus. De schrijver van de Brief aan de Hebreeën roept op tot volharding en versterking van het geloof. Onwillekeurig moest ik denken aan Job: de satan krijgt van God toestemming om alles af te pakken van Job. In korte tijd verliest Job al zijn vee en zijn 10 kinderen, maar Job blijft geloven in God en verklaart dan: “Naakt ben ik uit de schoot van mijn moeder gekomen, naakt zal ik tot de aarde terugkeren. De HEER heeft gegeven, de HEER heeft genomen, de naam van de HEER zij geprezen.” (Job 1, 21 – NBV21). Job bleef zijn “slappe handen” opheffen…
(B.N.)